
Alleen met (domeinoverstijgende) doorzettingskracht beschermen we de rechten van het kind
De route naar inclusief onderwijs vraagt vooral om domeinoverstijgende doorzettingskracht. Als bestuurders kunnen wij onze professionals in staat stellen om daar gebruik van te maken als de ontwikkeling van een kind of jongere dreigt te stagneren. Wie doet mee?
‘Wie luistert er naar mij?’ Deze vraag leeft – al dan niet onder de oppervlakte – bij de meeste kinderen en jongeren die uitvallen uit het onderwijs. En ook bij hun ouders, die vaak wanhopig verdwalen in het doolhof van regels, loketten en organisaties. Oók bij leerkrachten, die meer hulp nodig hebben om het goede te doen voor hun leerlingen.
Complex systeem schuurt steeds meer
Ons land heeft een ‘gestapeld’ stelsel van onderwijs en jeugdzorg opgebouwd. Met verschillende wetten en kaders. Maar ook met flinke verschillen in regionale afspraken, processen en procedures. We hebben met elkaar een zeer complex systeem gebouwd, dat (in)gericht is op beheersing en controle. Een systeem dat vastloopt. En een systeem dat schuurt met niet zomaar iets: de rechten van het kind om gezond en goed te kunnen opgroeien, onderwijs en bescherming te krijgen en gehoord te worden.
Wanneer kinderen vastlopen, komt dat ‘systeem’ in beweging. Te vaak merk ik dan dat kaders, richtlijnen en contracten het overnemen van de menselijkheid. Verantwoordelijkheden verschuiven, we gaan nóg meer overleggen en afstemmen en dreigen elkaar kwijt te raken. Niet langer staat centraal wat een kind of jongere nodig heeft, maar wat mogelijk is in aparte domeinen. En dan blijkt er meestal veel onmogelijk. Dat blijkt wel. Want in Nederland zitten zo’n 70 duizend kinderen en jongeren thuis.
Vakmanschap blijven versterken
Als Aloysius Stichting proberen wij elke dag opnieuw te kiezen voor een liefdevolle en positieve pedagogische benadering. Vanuit onze kernwaarden spreken wij de kracht aan van onze leerlingen en van elkaar, doen ons werk met passie en willen er onvoorwaardelijk zijn voor kinderen en jongeren. Niet alleen onze leerlingen en hun ouders mogen dat van ons verwachten, onze netwerkpartners in bijvoorbeeld onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn en arbeidsmarkt óók.
Onderwijskwaliteit begint bij de pedagogische relatie. Ieder kind heeft het recht om elke dag een nieuwe kans te krijgen en om het leven te leren in onze scholen. Soms is dat heel moeilijk. Om dat waar te kunnen blijven maken, investeren we op allerlei manieren in het vakmanschap van onze collega’s. Dit doen we ook via onze impactteams, waarin professionals met elkaar onderwijspraktijken uit en in onze scholen verbeteren en versterken voor onder meer pedagogisch handelen, kwaliteitsbewust werken en duurzame arbeidstoeleiding.
Ruimte voor een pedagogisch veto
Je als onderwijsprofessional voldoende toegerust voelen om je werk te doen, is niet voldoende. Je moet ook het vertrouwen en de ruimte ervaren om vanuit die eerdergenoemde kernwaarden te hándelen. Om te doen wat jij vanuit je professionele vakmanschap en autonomie nodig vindt: een pedagogisch veto stellen. Bijvoorbeeld als de ontwikkeling van een kind of jongere dreigt te stagneren, of als die buiten beeld raakt door bureaucratische, administratieve of financiële fricties tussen betrokken organisaties.
Dat is niet altijd makkelijk en ook niet spanningsvrij. Dat klopt. Dit vraagt soms om lef, om out-of-the-box-denken en -doen en om doorzettingskracht. Onze collega’s hebben hiervoor pedagogische ademruimte nodig. Kwaliteit ontstaat namelijk niet door alles dicht te regelen met protocollen, maar door autonomie en eigenaarschap te gunnen aan professionals. Natuurlijk leven wij wet- en regelgeving na, maar wij doen dat vanuit de bedoeling ervan.
De ontwikkeling van een kind of jongere moet altijd doorgaan. Nóóit mag een kind of jongere de dupe worden van ‘het systeem’. Als directeuren en bestuurders van Aloysius steunen wij onze professionals dus als zij pedagogisch vetoën. En gaan het gesprek aan over dilemma’s, lossen wrijving en gedoe op. Niet voor niets beloven wij immers: wij gaan door waar anderen stoppen. Ook al is dat soms écht complex en lukt het ons niet in één keer. Een pedagogisch veto is zeker niet altijd meteen de oplossing, maar we blijven in verbinding. En proberen het steeds opnieuw.
Onderwijskwaliteit begint bij de pedagogische relatie. Ieder kind heeft het recht om elke dag een nieuwe kans te krijgen en om het leven te leren in onze scholen. Soms is dat heel moeilijk. Om dat waar te kunnen blijven maken, investeren we op allerlei manieren in het vakmanschap van onze collega’s. Dit doen we ook via onze impactteams, waarin professionals met elkaar onderwijspraktijken uit en in onze scholen verbeteren en versterken voor onder meer pedagogisch handelen, kwaliteitsbewust werken en duurzame arbeidstoeleiding.
Rechten van het kind zijn niet onderhandelbaar
Voor een kleine, specifieke groep kinderen en jongeren werkt extra systeemdruk helemáál averechts. Bewust organiseren we onderwijs dan tijdelijk op een andere manier, juist soms buiten de school, met een andere aanpak. De ontwikkeling gaat door, met rust, socialisatie en herstel van het (zelf)vertrouwen. Omdat wij dan recht doen aan de rechten van die kinderen en jongeren. Die mogen nooit onderwerp worden van onderhandeling.
De transitie naar inclusief onderwijs is niet spanningsvrij en schuurt soms. Die schuring moeten we juist opzoeken om samen verder te komen. Dit vraagt van ons – maar ook van andere schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeenten – dat wij niet meegaan in de reflex om beheersmatig te sturen op het vermijden van risico’s. Ik denk dat we met drie leidende principes samen verder komen:
- wij erkennen dat de relatie tussen kind/jongere, ouders en school leidend is voor ontwikkelingskansen – als bestuurders van betrokken organisaties verstoren wij die niet
- wij organiseren hulp in plaats van controle – wij stellen niet eerst de vraag ‘wie betaalt dit’, maar ‘welke expertise, middelen of regelruimte kunnen wij inbrengen om de doorgaande ontwikkeling te ondersteunen?
- wij geven professionals de ruimte en het budget om direct te handelen als het complex(er) wordt en de ontwikkeling van een kind of jongere iets anders vraagt
Sta jij naast mij?
Als bestuurders kunnen wij niet alleen de draagkracht van onze professionals versterken, we kunnen ze ook aanmoedigen en in staat stellen om hun doorzettingskracht ook domeinoverstijgend te tonen. Het systeem zijn wij zélf. Dus kunnen wij het veranderen. Te beginnen door samen meer te handelen vanuit de bedoeling. Sta jij naast mij om de rechten van onze kinderen en jongeren te bewaken?
– Johan van Triest, voorzitter college van bestuur Aloysius Stichting
Reageren? Mail naar communicatie@aloysiusstichting.nl