Over hoe tijdsgeest en mentale raamwerken onze kijk op inclusie kleuren

Durven wij vandaag anders te kijken?

“De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe, heeft slechte manieren en respecteert de ouderen niet meer.” Deze uitspraak wordt vaak aan de oude Griekse filosoof Socrates toegeschreven. Of hij het echt gezegd heeft? Geen idee. Wat we wél weten, is dat elke generatie met enige argwaan naar de volgende kijkt. Wat nieuw is, voelt ongemakkelijk. Wat afwijkt, roept weerstand op. En wat we nog niet begrijpen, bestempelen we al snel als onmogelijk. Wie terugkijkt in de geschiedenis, kan veel leren over hoe we vandaag kunnen werken aan inclusief onderwijs.

Onderwijs was lang geen vanzelfsprekend recht. Vroeger mochten meisjes niet doorleren, kinderen uit arme gezinnen werkten in plaats van dat ze naar school gingen en kinderen met een lichamelijke of psychische beperking bleven thuis. Niet omdat zij niets konden, maar omdat zij niet pasten binnen het mentale raamwerk van wie ‘onderwijswaardig’ werd geacht. Het raam waardoor mensen toen naar het onderwijs keken, liet sommige groepen simpelweg niet zien.

Elke tijd heeft eigen kaders

Elk tijdperk heeft zijn eigen raam en eigen kaders. Die verschuiven met de tijd, maar ze kleuren altijd hoe wij op dat moment kijken, denken en handelen. In 1855 opende dominee Gerrit Jan Koetsveld in Den Haag de eerste school voor kinderen met een verstandelijke beperking. Wat toen revolutionair was, vinden we nu vanzelfsprekend. Net zoals we ons vandaag nauwelijks nog kunnen voorstellen dat kinderen ooit op basis van armoede, afkomst of geloof structureel werden uitgesloten van onderwijs. En toch gebeurde het. Keer op keer. Dus de raamwerken – of kaders – verschoven. Daarmee veranderde ook de kleur van de ruimte, de context en onze kijk.

Glas-in-lood

Zo waren en zijn er steeds mensen die dat mentale raamwerk durven te bevragen. Die zich afvragen hoeveel ruimte er is voor licht en voor wat er wel of niet binnenkomt in dat raamwerk. Want het is maar hoe je ernaar en doorheen kijkt!

In het mentale raamwerk – of kader – bevindt zich het glas-in-lood: vaste stukken, elk met een eigen vorm en kleur, die samen de ruimte kleuren. Hoe dat licht wordt ervaren, hangt af van context, tijd en de positie van waaruit wij kijken.

Zo kleuren onze leerlingen, precies zoals zij zijn, steeds opnieuw ons beeld van het heden binnen de kaders die wij hanteren. En deze nieuwe kleuren vragen om lef. Het vraagt om gaatjes maken in het oude raamwerk en kijken voorbij wat we dachten te zien.

Laat het licht anders vallen

Wat overzicht biedt, kan ook beperken: systemen, regels en grenzen komen soms eerder in beeld dan het kind zelf. Inclusie vraagt daarom om meer dan goede bedoelingen alleen.
Het vraagt lef om onze eigen beelden ter discussie te stellen, om gaatjes te maken in ons mentale raamwerk en toe te laten dat het licht anders kan vallen. Want wie dat durft, ziet geen probleem, maar een kind met mogelijkheden. Die ziet geen uitzondering, maar iemand die erbij hoort, hier en nu, met de juiste ondersteuning.

De kern van waar we voor staan

Dit gedachtegoed raakt aan de kern van waar de Aloysius Stichting voor staat: de overtuiging dat ieder kind ertoe doet en recht heeft op ontwikkeling en verbondenheid, juist daar waar het licht niet vanzelf naar binnen valt. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat het onze verantwoordelijkheid is. De vraag is dus niet of het licht en wat we zien kan veranderen. De vraag is of wij vandaag anders durven kijken.

– Marjos Metsemakers, orthopedagoog en teamleider Widdonckschool Weert